Read this in English

‘What is Amsterdam doing with its Red Light District?’ vroeg Nancy Kienholz toen ze in 2009 na jaren weer in Amsterdam kwam. Berichten over de sluiting van de Amsterdamse bordelen waren wereldnieuws geweest. ‘Amsterdam’s famous Red Light District to be cleaned up’ was de reactie op de aankondiging van het Coalitieproject 1012 in december 2007. Basis van het plan was de notitie ‘Grenzen aan de handhaving. Nieuwe ambities voor de Wallen’ van een paar maanden eerder.

De gemeente Amsterdam (de centrale stad samen met het stadsdeelcentrum) besloot in het postcodegebied 1012 (de oude binnenstad) vrouwenhandel en witwaspraktijken aan te pakken en een groot deel van de raambordelen en veel coffeeshops te sluiten. De entree naar de stad moest hoogwaardiger worden en meer economische variatie vertonen. Nancy Kienholz ging in het voorjaar van 2009 op zoek naar de achtergronden van project 1012. Ze sprak met bestuurders, politici, exploitanten, prostituees en kunstenaars. ‘Heel goed dat Amsterdam de vrouwenhandel aanpakt’, vinden veel Amsterdammers. ‘Er is sinds de start van het project 1012 nog geen bordeelexploitant veroordeeld wegens vrouwenhandel of witwassen’, zeggen de pandjesbazen.

Vlak voor de aankondiging van het Coalitieproject 1012 in 2007 waren 51 ‘ramen’ aangekocht van ‘dikke’ Charles Geerts, die dreigde zijn vergunning te verliezen in een Bibob procedure. Er waren toen 497 raambordelen in Amsterdam in de drie rosse buurten: Wallen, Singelgebied en Ruysdaelkade. Op de Wallen verdween zo in één klap 13% van de raambordelen, bleek uit onderzoek van de dienst Onderzoek en Statistiek van de gemeente Amsterdam. NV Stadsgoed kocht de panden met financiële steun van de gemeente. Ook andere woningcorporaties kochten voormalige bordelen. In plaats van prostituees kwamen er eerst modeontwerpers: Redlight Fashion. Later volgden de andere tijdelijke projecten Redlight Design en Redlight Art.

Maar het Red Light District verdwijnt niet helemaal. Het is de bedoeling dat 60% van de bordelen blijft. Sommigen juichen het project 1012 toe, anderen vrezen teruglopende toeristeninkomsten en vertrutting van de Wallen. Politicologen van de Universiteit van Amsterdam hebben in het rapport ‘De Macht op de Wallen‘ uit januari 2009 verslag gedaan van hun onderzoek naar de manier waarop de gemeente draagvlak probeert te creëren voor het project 1012.

Project 1012

‘What is Amsterdam doing to its red light district?’ Nancy Kienholz wondered when she visited Amsterdam years later in 2009. Reports about Amsterdam closing its brothels had been in the news around the world. ‘Amsterdam’s famous red light district to be cleaned up,’ ran the headline following the Coalition Project 1012 announcement in December 2007.

The council had decided to tackle the trafficking of women and money laundering in the old inner city (1012 is the postal code) and to shut down many of the window brothels and coffee shops (a euphemism for soft drug shops). They wanted the entrance to the city to have more class, and greater economic variety. Nancy Kienholz decided to investigate Project 1012. She talked to civil servants, politicians, businessmen, prostitutes and artists.

‘It’s good that Amsterdam is tackling the trafficking of women,’ many in Amsterdam agree. ‘Not one brothel owner has been convicted of trafficking or money laundering since the start of Project 1012,’ say the brothel operators.

Shortly before Coalition Project 1012 was announced in 2007, the city bought 51 window rooms from ‘Fat’ Charles Geerts, who was the subject of a Bibob investigation for alleged criminal activities. At the time, there were 497 window prostitute rooms in Amsterdam in three red light districts: Wallen, Singel and Ruysdaelkade. The purchase closed 13 percent of the brothels in the Wallen. NV Stadsgoed bought the buildings with municipal funding. Other housing corporations also bought up former brothels. At first, the prostitutes were replaced by fashion designers: Redlight Fashion. This was followed by the temporary Redlight Design and Redlight Art projects.

Yet, the red light district will not vanish entirely. Sixty percent of the brothels are set to stay. Some people applaud Project 1012, others fear that tourism will suffer and the Wallen will become prim and proper.