Ter gelegenheid van het 25-jarige bestaan van Stichting De Rode Draad, de belangenorganisatie voor prostituees in Amsterdam, richtte Metje Blaak de textielvitrine van het AHM in met objecten van de voormalig prostituee. Blaak lanceert tevens haar nieuwe documentaire 25 jaar De Rode Draad.
In de jaren tachtig begonnen prostituees in Nederland hun aandeel in de emancipatiebeweging op te eisen. Dat begon met een zogeheten praatgroep. Daarin uitten de vrouwen hun woede over de maatschappelijke uitsluiting van hun beroepsgroep. Uit deze praatgroep is De Rode Draad ontstaan. De oprichtingsakte dateert van 17 januari 1985.
De organisatie maakte een vliegende start. De dames schoven aan bij beleidsmakers en politici. Ze stampten een advocatensteungroep uit de grond, organiseerden twee internationale congressen en trachtten ondertussen de nooit eerder georganiseerde prostituees te bereiken, en dat alles met de media in hun kielzog. Zelfs als De Rode Draad een besloten vergadering hield, haalde dat de pers. De producten van De Rode Draad, zoals de No Picture stickers om toeristen erop te wijzen dat het knap vervelend is dat ze voortdurend lopen te fotograferen op De Wallen, vonden gretig aftrek.
Er was veel werk aan de winkel. De in beleidstaal ongeschoolde vrouwen – De Rode Draad was tot 1996 een zelforganisatie- werden geconfronteerd met beleidsnota’s, arbeidsrechtelijke problemen, de aidsepidemie waarvan prostituees de schuld dreigden te krijgen en de ononderbroken stroom klachten over politieregistratie, Dit laatste is overigens in 1997 afgeschaft, maar dreigt weer terug te komen in een andere vorm onder de vlag van de Wet Regulering Prostitutie.
De Rode Draad liet verschillende publicaties het licht zien waaronder het tijdschrift Blacklight. De taak van dit prachttijdschrift is later overgenomen door een website, die inmiddels door Unesco tot digitaal cultureel erfgoed is bestempeld. In de Blacklight beschreven prostituees hun ervaringen, hun klachten en hun mening over de legalisering van prostitutie. De Rode Draad werd betrokken bij alle stadia van het wetsontwerp en bij de uitvoering daarvan. En nu wordt ze geconsulteerd voor een nieuwe wet die op stapel staat: de Wet Regulering Prostitutie en de Bestrijding van Misstanden, een wet waartegenover De Rode Draad heel kritisch staat.
Deze wet is ontstaan uit het inzicht dat het simpelweg schrappen van het bordeelverbod niet automatisch leidde tot het normaal en uitbuitingsvrij worden van de prostitutiesector. De sekswerkers hadden immers nog negentiende –eeuwse arbeidsvoorwaarden. Hoewel er vanuit De Rode Draad vanaf 1989 contact is geweest met het FNV, zijn de zaken op arbeidsrechtelijk gebied nog steeds niet goed geregeld. Er is weliswaar nu een heuse vakbond voor prostituees – inmiddels een zelfstandig project van De Rode Draad- maar de prostitutiewereld is weerbarstig, en de actieve leden hebben nog een zware strijd voor de boeg.
Ondertussen veranderde de maatschappij, de prostitutiewereld en ook De Rode Draad moest hierin mee. Zij werd een projectorganisatie en maakte diverse materialen voor nieuwe groepen die zich als prostituee meldden: de migranten uit nieuwe EU landen en mensen uit andere werelddelen. Hierbij moest De Rode Draad ook het jaren tachtig-ideaal laten varen een zelforganisatie te blijven. Hoewel prostituees de kern van de organisatie vormden en dat ook altijd zullen doen, werden er soms mensen van buiten aangetrokken die een specifieke deskundigheid hadden.
De Rode Draad publiceerde enkele serieuze rapporten maar dankzij haar afdeling Vakbond Vakwerk werden er ook mooie acties gevoerd: Pimp Free Zone, de Meiden van de Wallen CD en de vele optredens in de media. Het streven naar emancipatie stond echter voortdurend onder druk. Door de toenemende aandacht voor wat eerst vrouwenhandel en later mensenhandel ging heten, kregen vrijwillig werkende zelfstandige prostituees steeds minder aandacht. Nu worden er zelfs maatregelen tegen mensenhandel genomen waar de vrijwillige prostituees de dupe van zijn, zoals het instellen van sluitingstijden, zodat de zelfstandig werkende alsnog indirect slachtoffer wordt van mensenhandel. De rechten van de sekswerkers die aan het werk zijn, blijven onderbelicht.
De laatste tijd zijn er gelden vrijgemaakt voor prostituees die willen stoppen met werk. Dat is mooi, maar in de strijd tegen mensenhandel is het ook van groot belang om de uitbuiting op de werkvloer van sommige prostitutiebedrijven te bestrijden. En daarvoor is De Rode Draad nodig om de sekswerkers te bezoeken om ze voor te lichten over hun rechten, een belangrijke taak die ze vanaf 1997 als onderdeel van de projecten verricht.
De Rode Draad is zelf herhaaldelijk van plan geweest de stekker eruit te trekken. Dat was omdat de projectsubsidies stopten of omdat de vaste lasten niet meer op te brengen waren. Maar steeds werd ze weer gered, door een bevriend politicus of door een stad.
De Rode Draad is altijd een vraagbaak geweest, voor sekswerkers maar ook voor beleidsmakers en politici op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Ze was ook te vinden op internationale conferenties Maar ze wordt ook geciteerd door literatoren: van Arthur Japin tot John Irving. Al met al is De Rode Draad erin geslaagd om meer beroemd dan groot te zijn.
En hoe ziet de toekomst eruit? Weer is de seksindustrie in beweging, maar nu weg van de gewone fysieke realiteit naar de virtuele realiteit. Het aantal seksclubs en privéhuizen slinkt in snel tempo. Maar er komen ook weer nieuwe groepen op de markt: zoals gigolo’s (mannen die diensten voor dames verlenen) en paren die een bepaald aanbod hebben. Over 25 jaar staat mogelijk een nieuwe generatie Rode Draad medewerkers in het Amsterdams Historisch Museum terug te kijken op De Rode Draad vanaf 2010.
In haar nieuwe documentaire belicht Blaak de 25 jaar lief en leed van de stichting De Rode Draad. Onder meer komen beleidsmakers, historici en prostituees aan het woord. De documentaire is vanaf zaterdag middag 3 juli t/m 11 juli te zien bij het bezoek aan de tentoonstelling The Hoerengracht. Daarnast is de speciaal ingerichte textielvitrine die foto’s, film en pikante kledingstukken van Metje Blaak toont.
Kosten: entree museum
Documentaire en textielvitrine te zien vanaf zaterdag 3 juli


Ben gisteren wezen kijken naar de documentaire. Een paar opmerkingen.
Ik heb moeten vragen aan medewerkers waar de documentaire draaide. Zag het bordje niet. Kan liggen aan mijn kippigheid. Misschien hoort het ook zo.
De tijdsduur dat de documentaire wordt getoond is te kort. Misschien kan hij alsnog onderdeel worden van de tentoonstelling?
Geluid is soms iets te zacht … waardoor stukken tekst niet te horen zijn.
Laat ik afsuiten met een hele belangrijke opmerking:
Keer op keer wordt in de documentaire duidelijk gemaakt dat het altijd over de prostituee gaat door derden en dat de prostituee zelf vrijwel nooit aan het woord is. Hoe dat komt dat kun je enzerzijds wel raden: de negatieve kijk van de samenleving op de prostitutie en de wens om dat vooral ook zo te houden.
Een belangrijk document … een aanzet voor meer!
Groet Tess